De Paasnachtwake 2016: Leve het leven

Leve het Leven

De viering van de paasnachtwake werd door kerkvader Augustinus de ‘moeder van alle vieringen’ genoemd. Het heeft er mee te maken dat in deze viering ‘alles’ uit de kast wordt gehaald. Dit ‘alles’ is in kort bestek: de lofprijzing van het licht, een lange reeks profetenlezingen, de doopgedachtenis, de belijdenis van het geloof, de bediening van de doop, de verkondiging van het paasevangelie en de viering van de tafelgemeenschap, uitlopend op het samen zingen van Psalm 150 (Alles wat adem heeft, loof de Heer). Een overweging is dan eigenlijk helemaal niet meer nodig, want de liturgie zelf spreekt voor zich.

Zo uitgebreid is de liturgie hier niet, maar met slechts enkele elementen uit die traditionele paasnachtwake kan er natuurlijk ook op een eigentijdse wijze inhoud aan gegeven worden. Dat houdt in dat we de ‘buitenwereld’ er ook bij betrekken. In de huidige wereld, of samenleving om wat dichter bij huis te blijven, die dikwijls zo onbarmhartig is voor heel veel mensen, mogen wij de gedachte aan het leven dat de dood overwint niet ‘binnenskamers’ houden. De overwinning van het licht dat alles doet leven, niet alleen maar vieren omdat wij als geloofsgemeenschap dat nu eenmaal elk jaar doen als horende tot de belangrijke momenten in het kerkelijk jaar. We moeten er van overtuigd zijn dat datgene waarin we geloven consequenties heeft voor ons doen en laten in de samenleving. Op de drie dagen voor Pasen overdenken we de gebeurtenissen die plaats vonden rond Jezus’ kruisiging, dood, begrafenis en opstanding, en nemen daarin mee wat er ‘buiten’ gebeurt. Het evangelieverhaal is immers ook verweven met de samenleving van die tijd.

De grote steen die Jozef van Arimathea voor de ingang van het graf had gewenteld en die op verzoek van de hogepriesters en farizeeën verzegeld was, wordt weggerold door een engel van de Heer. Deze gaat er vervolgens als een overwinnaar op zitten. ‘De wachters beefden van angst en werden lijkbleek’, lezen we. In het Grieks staat er dat zij uit angst voor de engel ‘heen en weer worden geschud’. Door dit heen en weer schudden worden ze ‘als doden’ (vertaald als lijkbleek). Het is niet voor niets dat dit zinnetje er staat. De levenden die de dode moesten bewaken, worden zelf als doden, en de dode die ze moesten bewaken is uit de dood opgewekt. Zo werkt Gods macht die aan de macht van mensen paal en perk stelt, deze macht zelfs doorbreekt en in haar tegendeel kan laten verkeren. De wachters zijn verder onbelangrijk, en de engel richt zich tot de vrouwen: Jezus is tot leven gewekt. De evangelist Matteüs zegt niet hóe, alleen dát hij tot leven gewekt is. Ze lopen snel om het aan de leerlingen te vertellen. Niet het lege graf is belangrijk, maar de opgestane Heer zelf. Om hem gaat het.

De steen die voor het graf lag en weggerold werd, komt in de commentaren nooit aan de orde.  Hij kan het definitieve en de ernst van de dood verbeelden. De steen bewaakt als het ware die gedachte. Maar het wegrollen van de steen zet wel alles in beweging! Er wordt een opening gemaakt waardoor het leven, wat dood leek, verjaagt uit die donkere ruimte. Vertaald naar wat ons nu vooral bezig houdt, de opvang van vluchtelingen, kunnen we zeggen: er wordt een opening gemaakt, zodat iemand er door kan, er in of er uit, en ook: de grens tussen leven en dood wordt doorbroken. Vanzelfsprekend is dat niet, want te vaak sluiten we onszelf, ons hart, af voor wat we om ons heen zien, voor wat we lezen in de krant, zien op de televisie. Wij zien de stroom vluchtelingen en menigeen trekt zich terug in de eigen ruimte, doet de deur dicht, ziet niets, wil niets weten en ziet al helemaal geen mensen, zeker geen mede-mensen, maar enkel problemen. Angst overheerst, want ‘ze’ zijn met zoveel, ze komen uit een andere cultuur, hebben daarom andere normen en waarden, pikken onze banen in, en ‘je weet maar nooit: er kunnen zich terroristen onder hen bevinden’. En meer van dat soort argumenten, die vooral  ingegeven worden door angst. Angst voor al het onbekende. En denkend aan de recente aanslagen in Brussel, angst voor iets waar je de vingeer niet op kunt leggen. En daarom moeten de grenzen dicht blijven, deuren dichtgehouden worden, stenen voor de opening gelegd worden. Angst is niet altijd een goed raadgever…

Zolang er plekken op aarde zijn waar mensen niet veilig zijn, waar ze voortdurend in angst zitten over wat er kan gebeuren, waar ze kortom geen leven kunnen leiden zoals dat aangegeven is in de Universele Verklaring van de rechten van de Mens, zullen er vluchtelingen blijven. Of zij verlangen naar of dromen van een nieuw leven in een ander land, is misschien een tweede. Het eerste is dat zij wegtrekken uit de ellende, zoals het Israëlitische volk wegtrok uit de slavernij in Egypte en uitkeek naar het Beloofde Land. Onderweg moest het veel doorstaan, beproeving na beproeving. Ook viel het wel eens terug in oude, God onwelgevallige gewoontes, maar uiteindelijk werd het Beloofde Land bereikt. Net zo moest Jezus ook beproevingen in de woestijn doorstaan voordat hij op weg kon gaan om het koninkrijk van God te verkondigen. Ook ‘onderweg’ ging het niet van een leien dakje. Zijn dood was niet het einde, maar markeerde juist de overwinning van het licht op het donker.

Voor veel vluchtelingen/asielzoekers echter blijft het vooralsnog donker, wordt er geen opening gemaakt, blijft de steen liggen. Mensen van goede wil voelen als het ware die steen zwaar op de maag liggen of als een molensteen om hun nek hangen. Wil iemand echt een uitweg vinden voor een vluchteling, dan komt hij tot de ontdekking dat hij zich moet houden aan allerlei procedures. De kans, de hoop op een nieuw leven wordt de bodem in geslagen en de ambtenaar raakt gefrustreerd van het beleid dat we gerust ‘ontmoedigingsbeleid’ kunnen noemen. In het ‘beste’ geval haakt hij af, omdat hij niet mee wil doen aan die praktijken. Het verhaal van Martin over zijn ervaringen in het Missionair Centrum spreekt voor zich.

Met Pasen we vieren we dat het graf leeg is, het licht het duister verdreven heeft, er een nieuw begin is, nieuw leven. Hoe geven wij inhoud aan deze woorden? Want Pasen vieren is, ik zei het in het begin al, niet een feestje voor uitsluitend intimi. De vrouwen moesten het immers niet voor zichzelf houden dat Jezus niet meer in het graf lag. Ze moesten het aan de leerlingen vertellen en bovendien zouden ze hem in Galilea zien. Pasen is niet het slot van het evangelie. Jezus leeft, hij is niet op te sluiten in een graf, hij is geen herinnering, geen voltooid verleden tijd, noch een voorbeeld uit het verleden. Wanneer de engel in het evangelie van Lucas zegt: ‘Herinnert u zijn woorden’, wil dat zeggen: maak die tot héden. Leef ze en doe ze in het héden. Ze kunnen het verschil maken.

Bram Vermeulen laat in zijn lied horen dat een steen verleggen het verschil kan maken. De rivier blijft wel stromen, die houd je niet tegen, maar de weg die hij gaat is anders. Zo kunnen ook wij het verschil maken in ons doen en laten door een steen te verleggen en zo een andere weg gaan. Zo kunnen we het verschil maken door een steen weg te rollen en zo ruimte scheppen, licht en lucht geven aan wat dood leek te zijn;  ruimte maken voor elkaar, voor onszelf en onze medemensen; open zijn en zacht als het zaad dat nieuw leven voortbrengt.

Laten we het licht van Pasen daar brengen waar we hopen dat het het donker zal weten te verdrijven.

Als een beloftevolle afsluiting vond ik het volgende gedicht:

Leve het leven,
meer dan slaafs bestaan.
In het licht geheven
uit de dood vandaan,
vieren wij de dromen
aan ons doorverteld,
dat de dag zal komen
van verstoord geweld.

Leve het leven:
’t uur van vrijheid slaat.
Leve het lieve leven
dat de dood weerstaat.

Leve die treuren
arm en klein van geest.
’t Staat nu te gebeuren
dat de pijn geneest
van wie werd geslagen,
vervolgd en onderdrukt.

Na de nacht zal ’t dagen
opstanding gelukt.
Lang zal hij leven,
die verrijzenis vindt.
Leve lang het leven
dat vandaag begint.
Jan van Opbergen

Een gezegend Pasen!

ds Marije Bijlefeld, pastoraal werker in de Doopsgezinde Gemeente Zuid-Limburg

 

 

een open gemeenschap van mensen, die de wereld kritisch wil benaderen vanuit de traditie van het christendom en die zorg wil hebben voor elkaar en voor anderen