Kwetsbaarheid

Kwetsbaarheid in woord, muziek en beeld

Overdenking bij de Viering van de Oecumenische Basisgroep Maastricht op zondag 28 februari 2016 ds Ruud Foppen in de Cellebroederskapel, Brusselstraat Maastricht

Naar aanleiding van: Sad Romy van Marlene Dumas, het portret van Camille Claudel, de film Intouchables en de reacties daar op, het verhaal Stoornissen van John Schreurs, de gesprekken over kwetsbaarheid en Lucas 17, 31-33.

Het beeld
Het is niet veel – wat betreft omvang – maar we hebben een portret in handen van Marlène Dumas, één van de meest spraakmakende kunstenaars van onze tijd en ooit nog docent hier in Maastricht. Haar schilderijen en portretten zijn doorgaans geïnspireerd door foto’s uit tijdschriften en kranten of eigen polaroidopnamen, ze bezit een eindeloze reeks mappen met knipsels. Hier zien we Sad Romy uit 2008, 100 bij 90 cm, de meeste van haar indrukwekkende portretten in gemengde techniek zijn groot. Sad Romy (bedroefde Romy) zag ik op een van de eerste dagen van het vorig jaar. Iemand zegt over haar werk: “De grote kracht van die portretten is dat de (gezichten van) personen onder je huid kruipen. Dat geldt zeker voor het afgebeelde Sad Romy, voor mij het hoogtepunt van een schitterende tentoonstelling. Met trefzekere lijnen geeft ze het gezicht van filmster Romy Schneider weer. Dunne, grijze verf suggereert de tranen die ze huilt, tranen die verontrusten”. De portretten van Dumas verontrusten. Hoe kwetsbaar is een mens?

Camille Claudel
Met enige schuchterheid – omdat ik in vele verten geen Marlene Dumas ben, maar een eenvoudig hobbyist – vraag ik aandacht voor een ander beeld. Camille Claudel. Haar foto uit 1884 trof ik aan op de omslag van een van de boeken over haar en later natuurlijk op internet. Deze Franse beeldhouwster werd geboren in 1864. Op de foto en op dit portret is ze dus 20 jaar. Camille is een onzijdige naam. Haar eerder geboren broertje met dezelfde naam stierf toen hij 2 weken oud was. Het verdriet daarover heeft haar jeugd getekend – de teleurstelling dat ze geen jongen is draagt ze in haar naam mee. Op 18 jarige leeftijd komt zij in contact met de dan 42 jarige grote beeldhouwer Auguste Rodin. Rodin was weg van haar, van haar kunstenaarstalent en van haar werk. Zij werd zijn leerling, zijn muze en zijn maîtresse. Uit zijn brieven blijkt dat zij voor hem onmisbaar geworden is. En ze werken intensief samen. In die tijd ontstaan de beroemde beelden De kus, De Denker of Balzac. Maar in 1892, ze is dan 28 jaar, wil ze er een punt achter zetten. Ze wil zichzelf ontwikkelen, meer tijd voor haar eigen creativiteit hebben.

Of de feiten kloppen weet ik niet, maar het romantische verhaal gaat dat de liefde voor Rodin langzaam omslaat in haat en ze wil niets meer met hem en zijn wereld te maken hebben. Ze gaat zich isoleren, wordt achterdochtig en wantrouwt steeds meer mensen. Als haar vader overlijdt, wordt haar broer Paul (een druk bezet diplomaat) het hoofd van de familie. Hij besluit dat het zwarte schaap van de familie paranoïde is en in een inrichting dient te worden opgenomen. In 1913 wordt ze overmeesterd in haar atelier en verdwijnt ze voor de rest van haar leven achter de tralies van het gesticht. Haar broer Paul schrijft in zijn dagboek dat hij als ware katholiek een goede taak had volbracht en dat het niet aan vrouwen is om geniaal te zijn. Twee jaar later wordt ze genezen verklaard, maar moeder en Paul weigeren zich over haar te ontfermen. Dertig jaar lang komen moeder en zus niet op bezoek, Paul enkele keren. Uit haar brieven spreekt een normale, maar intens verdrietige geest. Zij sterft in oktober 1943 in alle eenzaamheid. Van de familie is niemand op de begrafenis. Hoe eenzaam en kwetsbaar is een mens?

Ik ben heel lang bezig geweest met de blik van dit jeugdige meisje. Die peilloze melancholie, die blik die net langs ons heen lijkt te gaan, of naar binnen is gekeerd, wetend, zich te binnen brengend, dat ze het verdriet van een overleden broertje nooit en te nimmer zou kunnen goedmaken, en ze lijkt wel schuldbewust daarover. Welk lot is er in die blik besloten? Of welk hoopvol visioen, toch, ondanks alles? Hoe dan ook, trof me dat tijdloze gezicht uit 1884, in mijn beleving gevuld met tijdloze kwetsbaarheid. Zo kwetsbaar is dus een mens, door wat hem of haar die eerste levensjaren draagt of juist niet draagt, door een ziekte aan lichaam of geest. Bij ons eerste gesprek van de voorbereidingsgroep kwam het ook op tafel: de angst die je kan overvallen als je de regie over je leven kwijtraakt, de verlatenheid , de eenzaamheid, of het nu door de sociale omstandigheid ontstaat of door een stoornis in je hoofd. En we zeiden: het overkomt je, het kan ook mij overkomen.

Zo ook met het verhaal van John. “Dagenlang onderzoekt hij zijn angsten, zijn vrees om naar buiten te gaan, kamt telkens weer zijn haren, want eigenlijk wil hij niet thuis blijven”. Totdat hij ontdekt dat zijn stoornis er mag zijn, zijn Dartkameraden aanvaarden hem zoals hij is. En ook zijn vriendin helpt hem te accepteren, zoals ze zelf kennelijk ook heeft moeten doen in het jaar dat ze elkaar niet meer zagen. “Ik laat je niet meer in de steek”. Zonder kan ook niet. Hoe kwetsbaar is een mens….

The Untouchables
Een maand geleden bekeken we hier de film The Intouchables. Philippe is een steenrijk man, maar door een ongeval met een dwarslaesie in een rolstoel belandt. Anderen zijn zijn voeten en handen, alleen zijn hoofd doet het nog. Er is een verzorger nodig en er komen rijen sollicitanten langs met allemaal de edelste motieven. Totdat een van hen ongeduldig wordt – in de gevangenis moest hij immers ook al veel wachten – en zonder omhaal naar binnen loopt om een handtekening te halen voor zijn uitkering, meer niet. Deze Driss Abari wordt het: ruwe bolster, blanke pit. Samen worden het bijna kwajongens maar de voorname en welgestelde omgeving van Philippe is ongerust en waarschuwt hem: “Die straatjongens hebben geen medelijden”. Waarop de verlamde Philippe zegt: “Dat is het nu precies”. Dat klinkt ook veel door in de reacties die ingezameld zijn: veerkracht is het belangrijkste wapen tegen kwetsbaarheid. Maar ook: humor dat onvermogen doorbreekt, eerlijkheid, passie, respect, vriendschap en nog veel meer….

In de discussie twee weken geleden werkten we dat verder uit. Kwetsbaarheid wordt beïnvloed door veerkracht. Het is een term die door allerlei bezuinigingen steeds meer gebruikt wordt in deze z.g. participatiesamenleving. We moeten immers onderling weer solidair worden, we moeten onze veerkracht aanspreken, want zo kun je ook je eigen regie houden over je leven. Het ontwikkelen van je eigen veerkracht – zo werd gezegd – lijkt een middel om allerlei sociale of gezondheidsproblemen op te lossen. Maar hoe ontwikkel of vergroot je die veerkracht? Er kan immers van alles gebeuren in je leven. Je zult maar tegenslag op tegenslag te verwerken hebben. En tegen iemand die net zijn of haar geliefde heeft verloren zeg je niet zo snel: kop op hoor. Misschien kan het helpen om die veerkracht een laagje dieper te zoeken: we zullen hoe dan ook moeten accepteren dat er onvermijdelijke kruisingen zijn in ons leven. Daar hoeven we niet in te berusten. Berusten klinkt passief. Maar overgave is dat niet. Je overgeven is een moedige daad. Ook een daad van waaruit we verder kunnen. Ik moet hierbij altijd denken aan de theoloog Bonhoeffer die betrokken was bij de aanslag op Hitler en dat met de dood moest bekopen. Hij schreef Verzet en Overgave. Die twee horen samen. Strijdbaarheid loopt vast als je niet kunt komen tot overgave. Het is zoeken naar zin en betekenis. Welke betekenis heeft wat mij nu overkomt voor mijzelf? Welke zingeving spreekt er uit de relatie tussen Driss en Philippe? Dan vervaagt het wellicht niet in algemeenheden of toevalligheden, maar krijgen de gebeurtenissen in ons leven zin en samenhang. Wie ben ik voor die ander? Wat betekent hij voor mij? Wat heb ik gegeven en ontvangen? Welke persoon ben ik geworden, doordat ik haar of hem zo lang in mijn leven had? Wie ben ik als vader, of moeder, als broer of zus, als dochter of zoon?

Wat is de kwetsbare mens?
En toen had ik in de veelheid van gesprekken en woorden en gedachten en feiten zelf behoefte aan een nieuwe gedachte. Iets dat mij optilt uit ons zoeken naar veerkracht in welke kwetsbare situaties we ook maar kunnen raken. Waar vind ik dat? Ik herken het in dat kleine stukje tekst van Lucas over tijden van crisis. Dan moet je misschien vluchten. Doe niet als de vrouw van Lot, zij moesten vluchten maar ze keek om, naar de brandende stad, ze kon niet loslaten. En ze veranderde in een zoutpilaar, een met het landschap. Het beeld is duidelijk: als je je leven (en je hele hebben en houden) probeert te redden, zul je het juist voor altijd verliezen. Maar als je het verliest, zul je het juist voor altijd redden. Lucas lijkt het te koppelen aan het onvermogen om te accepteren, om los te laten wat voorbij is. Ook de evangelisten Mattheüs en Marcus hebben deze uitspraken en daar gaat het over het volgen van Jezus. En ik dacht: we hebben zo’n rijke en betekenisvolle christelijke traditie van verhalen – ligt daarin niet het ijkpunt van de kracht van de kwetsbaarheid? Dan gaat het in mijn beleving niet om veerkracht – dat in allerlei omstandigheden ons natuurlijk praktisch een grote hulp is – maar gaat het in essentie om die kwetsbaarheid zelf! Ligt de grootste kracht niet juist in het kwetsbaar durven zijn? In deze vastenweken klinken de verhalen van die kwetsbaarheid: verraad, in de steek gelaten worden, arrestatie, marteling, en de doodstraf door kruisiging. De kunstgeschiedenis staat er bol van…. En al die verhalen zeggen ons: in die kwetsbaarheid zelf schuilt weerbaarheid en kracht. Het verhaal van Jezus begint niet voor niets in de uiterste kwetsbaarheid van een baby in een voederbak. Is dat niet de kern van het bijbelse verhaal over het menselijk leven in deze wereld: God hult zich niet in groots en sterk en machtig, maar laat zich kennen in het uiterst kwetsbare leven van een kind, of een man die weet dat hij een weg moet gaan – en dat doet hij in overgave en vertrouwen. Mij lijkt de vraag of we iets van die kwetsbare kracht mogen ervaren, alleen, samen, of hem achterna.

 

 

een open gemeenschap van mensen, die de wereld kritisch wil benaderen vanuit de traditie van het christendom en die zorg wil hebben voor elkaar en voor anderen