Naastenliefde – een inleiding

zondag 12 november 2017

Carel van Tulder SJ

Voor ik inga op de verhaal van de Barmhartige Samaritaan, wil ik eerst het gebod “bemin uw naaste als u zelf” plaatsen in de geschiedenis van de joodse traditie . Vervolgens wil ik aandacht schenken aan het heel bijzondere karakter van het verhaal van de Samaritaan om daarna in te gaan op de betekenis van de naastenliefde, van de liefde van ons voor degene die ons nabij is. Wezenlijk in het gebod is de relatie tussen naastenliefde en met heel je wezen eer te brengen aan God. Ze zijn elkaar gelijk. De naaste liefhebben is God dienen. Het is de rode draad in de hele Schrift. Ook als iemand zegt God te kennen en te dienen maar zijn broeder haat is hij/zij een godloochenaar. Bij monde van de evangelist Johannes.. Als je dus je naaste liefhebt, ben je op de juiste weg, ook als je zegt “god”niet te kennen.

Jezus Sirach was, weten we , een belangrijke leermeester in Jeruzalem rond 180 jaar voor onze jaartelling. Hij wordt beschouwd als een van de grote vernieuwingsbeweging binnen het jodendom, waarin ook Jezus was gevormd .Hij leerde de gelijkheid van alle mensen. Het gebod “bemin je naaste als jezelf zoals je jezelf bemint”vertaalde en interpreteerde hij als “bemin je naaste die een mens is zoals jij, even nietig, even goed en niet-goed”. Die interpretatie van het oeroude gebod aan Mozes toegeschreven, maakte hij tot het hart van de joodse godsdienst. Die naaste was juist bij het jodendom de vluchteling, de arme, degene die niet meetelt in het circuit van belangrijke mensen. Volgens deze nieuwe spirituele gevoeligheid, dat is dus een nieuwe humane gevoeligheid , heeft ook de grote rabbi Hillel – die leefde ongeveer 50 jaar voor tot 10 na Christus- de Thora uitgelegd.. Men veronderstelt dat Jezus deze rabbi gekend heeft en met hem gesproken heeft. Jezus, die in de geest van deze rabbi-leermeester, is groot geworden, leefde met deze nieuwe humane gevoeligheid van universele solidariteit, begrip, tolerantie en respect. Daarvoor heeft hij geleefd, De vraag aan hem gesteld – waar gaat het in onze wereld om- , was dus een wat naïef, onnozel. De vrager wist wat de traditie leert. Niettemin is het verhaal van de Samaritaan een toch schokkende, verrassende explicatie van dat aloude en tegelijk altijd nieuwe gebod.

CD intermezzo Hildegard van Bingen no 6 ‘ Van liefde die overstroomt…’

In de inleiding van de liturgiegroep op het thema lopen twee begrippen wat door elkaar: Naastenliefde en liefde. Bij de bespreking van dit thema “Naastenliefde en gedrag” kwam het accent op de eerste zondag duidelijk te liggen op het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Daar gaat het over een ernstig gewonde man die geholpen wordt door een vreemdeling in het land van de rechtschapen joden. Die mens op de grond is een ernstig gedupeerd. Duidelijk zichtbaar, geen ontkomen aan , of je wel of niet helpt. . Er is geen dwingend verband om te helpen. Jezus zegt:over het slachtoffer: hij is de naaste, degene die geholpen wordt. Hier is sprake van een eenmalige hulpverlening, de hulpverlener blijft straks helemaal weg.

Liefde is echter een veel breder begrip. Dan gaat het toch – denk ik – allereerst over een wederkerigheid waarbij niet direct sprake is van de een slachtoffer en de ander helper. Dan gaat het toch over een meestal langdurige verhouding tussen mensen. Eenmalige hulp is noodzakelijk, soms onontkoombaar maar blijft eenmalig en dwingt niet tot een verder contact. In de ons aangeleverde teksten, en met name door de nadruk op die gewonde man , lopen die begrippen, die waarden van naasten liefde en liefde , door elkaar. Als voorbereidingsgroep hebben we daarom eerst gesproken voor het meer ruime begrip liefde.

Want — in het verhaal van de Samaritaan gaat het niet zozeer om de hulp die geboden moet worden , maar wie de hulp geeft en wie dat niet doet.. Het verrassen schokkende is de zogenaamd godsdienstige mensen , de priester en de leviet, met een grote boog om de gewonde heenlopen . Zij die de Thora kennen, kiezen voor het werk in de Tempel ( veronderstelt men). Jezus zegt daarmee : zij die de wet op hun voorhoofd hebben gehangen, doen niet wat die wet vraagt, gebiedt. Nee, Niet de godsdienstige mens, maar de anders-/niet gelovige volgens de Thora , schiet te hulp. Die is – in de taal van de Schrift – degene die gerechtvaardigd heengaat. Wee mogen – In de geest van Jezus- : in plaats van de Samaritaan : de mohammedaan, de boeddhist, de atheïst . noemen Het is weer die rode draad die door het hele levensverhaal van Jezus gaat: het gaat om naastenliefde, over de grenzen heen van wat je belijdt . Liefde kent geen grenzen. Het is de basisvoorwaarde voor de hele wereld wil die ooit humman worden. Dan kunnen er vragen gesteld worden aan iedereen- ongeacht zijn levensvisie – : Mens waar is je broeder.

Ja, we denken na over die liefde, met inbegrip van de naastenliefde , in brede zin.

Je bent zo mooi” van Hans Andreus

je bent zo
mooi
anders
dan ik
natuurlijk niet meer of minder
maar
zo mooi
anders
ik zou je
nooit
anders dan
anders willen

De vraag die ons in de teksten van John o.a. wordt gesteld is: Is (naasten)liefde onvoorwaardelijk, en kan je die naastenliefde van een ander accepteren? Je zult maar voor dood op straat liggen. Is naastenliefde bindend of gebeurt dat in vrijheid? Ja, natuurlijk. Je kunt in het verhaal van de Samaritaan kiezen voor de positie van de priester en de leviet of van de herbergier en de Samaritaan. Bij zo’n ernstig incident is zelfs het humane antwoord niet voor iedereen vanzelfsprekend , wel voor de Samaritaan. De vraag is hier ook of je het begrip naastenliefde – zoals in het verhaal – normaliter gebruikt in je relatie met je partner, vriend, een mens die je regelmatig ziet. Een relatie waarin de een gelijkwaardig is aan de ander, waarin niet de een slachtoffer is en de ander de hulpverlener. Tenzij je partner ernstig ziek of dement wordt en de gelijkwaardigheid van rol en functie is verdwenen Die vraag laten we hier onbesproken . Bij Jezus ging het ten eerste en ten laatste wie om wie zich bekommert . En dat geldt voor alle situaties. Eenmalige en langdurige, denk ik.
Daarom:

Laten we het daarom hebben over de liefde. Over de liefde en de wijze waarop wij over liefde denken en doen

De aanhef van wat ons is aangereikt staat als thema: “Heb je naaste lief” wordt gevolgd door drie puntjes , die staan voor onze beperktheid, het hoeft niet volmaakt te zijn, het is nooit af. Liefde is nooit kant en klaar aanwezig, zichtbaar, voelbaar. . Vandaar de puntjes puntjes puntjes..! En toch… kwam snel de vraag naar onvoorwaardelijkheid. Een vraag, want nooit vanzelfsprekend, maar zeldzaam??? Het woord onvoorwaardelijk vraagt wel enige uitleg. Altijd en overal of soms even, en groeiend naar weinig tot veel, zeer veel.??

Vorig seizoen begon Kees Gordijn zijn inleiding met het citeren van een gedicht van Roland Holst. Onder andere over de bescheidenheid, de kwetsbaarheid van liefde. Ik citeer twee coupletten: uit “Zwerversliefde”


O, laten we maar zacht zijn en maar niet
het hoge trotse woord van liefde spreken
Want hoeveel harten moesten daarom breken
onder de wind in hulpeloos verdriet

-en het laatste couplet:-

Veel liefde ging verloren in de wind
en wat de wind wil zullen wij nooit wetenen
daarom- voor we elkander weer vergeten-
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Is liefde onvoorwaardelijk?- bedoeld als: zonder een enkele voorwaarde de ander tegemoet gaan. Maar: voor wat hoort toch wat? Zelfs in het godsdienstig denken werd er eeuwenlang gesproken over een theologisch economisch heilsysteem, wat ons theologisch en praktisch denken in de kerken bepaalde. Boete doen, aflaten verdienen, op je knieën kruipen, jezelf kastijden om god te vermurwen zijn strengheid te vergeten… De reformatie heeft ons daarvan in zekere zin van verlost: alles is om niet, alles is genade. In volstrekte tegenstelling waarmee wij elkaar moeten belonen. Loon naar werken? nee..Sola gratia. Ofschoon ook in protestantse kring de gedachte aan een wraakzuchtige god nooit helemaal is verdwenen. Terug naar deze aarde. Kan dat : onvoorwaardelijk van iemand houden.? Denk even mee kijkend naar je eigen leven.

Onvoorwaardelijke liefde is voor ons , Gerry , Marjon en Carel , niet een totaal versleten en ongeloofwaardig woord. Psychologen houden ons voor dat kinderen onvoorwaardelijk van hun ouders kunnen houden en dat ouders moeten leren, leren, ja leren om hun kinderen enigszins onvoorwaardelijk lief te hebben. Wat geen gemakkelijk werk is in een wereld waar je alleen meetelt met veel diploma’s en ouders er alles aan doen om hun kinderen hoog op die ladder te kunnen plaatsen. Je zult als ouder maar moeten kiezen bij de afsluiting van hun lagere school. Staat het belang van het kind voorop?

Liefhebben is nooit en te nimmer vanzelfsprekend. Pessimisten zeggen: liefde is op het eerste gezicht levensvullend maar op de lange duur een ijdele hoop een onmogelijk. Wij zijn geen pessimisten. Wij geloven dat ouders onvoorwaardelijk van een kind kunnen houden, hun leven kennen geven om een kind te beschermen. Niet zomaar maar in tijden van hoogste nood, als ons kind wordt aangevallen, dan gaan we er voor. Zelfs als het ons eigen leven kost. Zonder ja maar. Ik geloof dat en zie dat ook, hier en daar. Ik zie hoe ouders hun hand boven hun kind houden, hun deur openhouden ook al gaat het een onheilzame weg op. Het hangt van het kind af of het door die altijd open deur in wil gaan. Het verhaal van de verloren zoon is een herkenbaar verhaal.

Liefde kent soms, zeggen we voorzichtig, geen grenzen, lijkt onvoorwaardelijk. Zo zie ik dat onvoorwaardelijke ook in een breder verband dan alleen tussen twee of drie mensen. Als ik denk aan Frans van der Lugt SJ die vermoord werd in Syrië. Hij wist dat het hem zou kunnen overkomen maar zijn verbondenheid met zijn mensen, zijn liefde voor zowel christenen als moslims, was zo groot: hij kon niet anders dan blijven. Zo kennen wij ontelbare verhalen van mensen die uit trouw en liefde en verbondenheid dus hun leven prijs hebben gegeven. Onvoorwaardelijk. Wij kunnen geloven in die liefde.

Die onvoorwaardelijkheid kunnen we proeven ook tussen twee mensen, maar nooit vanzelfsprekend.

Ida Gerhardt dichtte bij de dood van haar levenslange vriendin:

Zevenmaal om de aarde gaan
als het zou moeten op handen en voeten
Zevenmaal om die ene te groeten
die daar lichtend te wachten zou staan
Zeven maal om de aarde te gaan.
Zeven maal over de zeeën te gaan
schraal in de kleren
wat zou het mij deren
kon uit de dood ik die ene doen keren
Zeven maal over de zeeën te gaan
Zeven maal, om met z’n tweeën te staan.

Ida Gerhardt denkt terug aan haar vriendin. Zoals wij terugdenken aan een mens die wij lief hebben gehad in goede en zeker ook kwade dagen. Ik denk dat tijdens haar leven geen sprake is geweest van een altijd onvoorwaardelijke liefde. Ida was geen gemakkelijke vrouw maar toch… terugkijkend, de trouw aan elkaar voelend, de moed gehad te hebben vol te houden…. niet zonder tranen, weemoed en toch…  Ach, het begrip onvoorwaardelijk is wat te groot, maar liefhebben door dik en dun, ondanks… het kan. Een mens kan naar onvoorwaardelijkheid toegroeien. Iets om samen over na te denken. Zeker is dat we de vanzelfsprekendheid van het goede en liefdevolle moeten doorbreken om ons te kunnen verwonderen over wat ons overkomt.. ( vergelijk de boeddhist Thich Nath Tan, die zich verwonderd over ons ademen) Het gedicht van Ida Gerhardt kan dan door velen nagezegd worden.

Onvoorwaardelijk, wellicht een te groot woord voor het vallen en opstaan van ons liefhebben maar toch… Je kunt er beter over dichten dan er proza over schrijven, want dat is soms minder geloofwaardig. Zoals Hans Andreus, dichter van het licht over de liefde dicht:

Wanneer ik morgen dood ga
vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind
die in de bomen klimt of uit de takken valt
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen
vertel het aan een dier
misschien alleen door het aan te kijken
vertel het aan de huizen van steen
vertel het aan de stad hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens
ze zouden je niet geloven
ze zouden niet willen geloven
dat alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo lief had  als ik jou.

Wij worden geraakt door die woorden. Als een verlangen, soms als een ervaring, soms helemaal niet. Maar we kunnen dit gedicht laten staan en niet als onzin laten verdwijnen. Diep in ons allen, leeft toch dit verlangen….Het vraagt om een andere manier van kijken.

Vorige week zondag zei een dochter van een van ons: “Mijn dochter zit een klas en zij is de enige van wie de ouders nog bij elkaar zijn”.  Ik was daarover verbijsterd, het is bijna niet te geloven dat alleen maar een man, alleen maar een vrouw een mens zo liefhad als ik jou. De liefde hier nu besproken als de concretisering van “heb elkaar lief”’ is nooit vanzelfsprekend. In onze tijd is het kennelijk een geweldige opgave en uitdaging om het meer dan dertig, veertig jaar met elkaar uit te houden. Uit te houden? Alsof het een wedstrijd is in wie het het langst volhoudt. Onvoorwaardelijke liefde? Een heel ver woord dan, een, bijna lijkt het een onmogelijke , opgave. Door de lange duur, de veranderde positie van de man en de vrouw, de ruimte, de vrijheid die we elkaar willen geven en bovenal de machtsverhoudingen in relaties, het gemis aan leren met conflicten om te gaan. Het altijd aanwezige verlangen en de drang om de ander te maken naar je eigen beeld en gelijkenis… het gemis aan reflectie en de noodzaak om naar jezelf te durven kijken . Sociologisch en psychologisch is er veel meer over te vertellen en uit te leggen waarom het gaat met onze relaties zoals het gaat maar ik hou het maar even op deze aspecten.

CD intermezzo Hildegard van Bingen no 9

Leren lief te hebben in de meest concrete zin van het woord, moeten we leren en blijven leren. Wat zeer veel mensen missen is daarbij iemand die je een spiegel voorhoudt Zelfkennis is de basis in je relatie met een ander.

Zelf reflectie op wat je doet en hoe je het doet is meer dan nodig.. Ik ergerde mij vroeger( want nu hoor ik dat niet meer)aan iemand die mij zei: de kerk heb ik helemaal niet nodig als we elkaar maar liefhebben. Los van de dedain en de arrogantie die soms met die woorden meegingen, was ik het met die uitspraak eens. Het gaat om de liefde en niet om wat de kerk of welke genootschap ook daarover zegt. Maar dan moet ik het begrip kerk verstaan als : i“mensen die naar elkaar kijken, luisteren, elkaar raad geven, die elkaar in moeilijke perioden zien staan, mensen bij wie je altijd terecht kunt – . – Geen mens kan in deze tijd zonder een ander, vriend of hulpverlener of zomaar iemand die kan luisteren het in zijn relatie uit houden. Elkaar liefhebben is een leerschool waarbij een ander onmisbaar is.

Wat versta ik, tenslotte , in onze concrete dikwijls harde liefdeloze wereld., onder liefde? Want heb elkaar lief, is een oproep voor de hele wereld in al zijn geledingen.

Ik citeer Huub Oosterhuis:

Ik versta onder liefde die duizenden nuances van vriendelijkheid en vriendschap, van tact en geduld, van bedachtzame eerbied en mededogen, van lange trouw en spontaneïteit, van hoofsheid en hartstocht, van goede wil en ontroering, waarmee mensen elkaar bejegenen. Ik versta onder liefde de denkkracht en intuïtieve kracht, de wijsheid en de wetenschap, en alle fantasie en volharding en optimisme waarmee de aarde wordt opgebouwd, steeds opnieuw, tegen alle afbraak in. Alles wat ten goede is, alles wat bijdraagt tot iets meer recht en vrede voor iets meer mensen, noem ik liefde.”

Tegen alle afbraak in, voor iets meer mensen…..Want we mogen de afbraak nooit loochenen. In de hoop dat vijandschap, oorlog, haat en woede tijdelijke verschrikkingen zijn. Dat die dood nooit het laatste woord heeft. Dat we leven in de hoop dat het morgen hier en daar beter kan. Dat het woord “bemin elkaar”nooit van onze wereld wordt weggeblazen, In die hoop leven we. De Schrift zegt: in dat woord leven we, bewegen we , zijn we. En dat leven is het licht der mensen. En dat licht schijnt in de duisternis van iedere mens. Bewust of onbewust, tegen beter weten in. Ongeweten, ongezien zo dikwijls. Als we elkaar maar liefhebben maar dan zonder dedain, zonder de oppervlakkigheid, met iemand naast ons, een gemeenschap die ons wakker houdt.

I love you, ye, ye…. we zingen en weten niet waarover we het echt hebben.

Al spreek ik alle talen, al kan ik alles voorzien, al doorgrondde ik alle geheimen, al heb ik alle kennis en wetenschap ja al heb ik een geloof dat bergen kan verzetten, ja zelfs al verkocht ik al mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wil geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trost op zijn, had ik de liefde niet, het zou mij niet baten ( naar Paulus).

Wat is liefde?

Iemand die liefheeft is:

Geduldig, vol goedheid, kent geen afgunst, is niet ijdel, is niet zelfgenoegzaam. Iemand die liefheeft is niet grof, niet zelfzuchtig. Iemand die liefheeft laat zich niet boos maken,en rekent het kwaad niet aan. Verheugt zich niet over onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze alle hoopt ze, in alles volhardt ze. Die liefde zal nooit vergaan.
Alles gaat voorbij, maar de liefde vergaat nooit.

Ga er maar eens aanstaan.

Stilte met zachte pianomuziek

Slotlied: Uit vuur en ijzer…148

een open gemeenschap van mensen, die de wereld kritisch wil benaderen vanuit de traditie van het christendom en die zorg wil hebben voor elkaar en voor anderen