De Plaats van de Mens in de Natuur

Toen wij 2 weken geleden in de Natuurtuin waren lazen we als openingstekst het scheppings verhaal uit Genesis.

Hierin treft mij altijd het volgende passage:

.. bevolk de aarde en breng haar onder je gezag …

De mens als heerser dus.

Vandaag willen we daarnaast of daar tegenover een denkwijze stellen die de mens een plek “te midden van “ toebedeeld om zo na te denken over:

Wat is in ons huidig denken de plaats van de mens in de natuur.

Ik lees enkele fragmenten uit de toespraak van Indianenopperhoofd Seatle van de Dwamish-stam.

Tijd waarin we dit moeten plaatsen is 1854. De tijd dat Europeanen hun land verlaten om in het nieuwe land van Noord Amerika hun geluk te beproeven.

Het begint als volgt:

Heb moed broeders!

Het grote opperhoofd in Washington heeft gesproken: hij wenst ons land te kopen.

Het grote opperhoofd heeft ook woorden gesproken van vriendschap en vrede.

Dat is zeer goed van hem omdat we weten dat hij onze vriendschap niet nodig heeft.

We zullen over uw aanbod beraadslagen, want wij weten dat als wij ons land niet verkopen de blanke man met zijn geweren komt en het in bezit neemt.

Maar hoe kun je de lucht, de warmte van het land kopen of verkopen?
Als wij de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het dan van ons kopen?

2

Elk stuk van dit land is heilig voor mijn volk.

Iedere spar die glanst in de zon, elk zandstrand, elke nevel in de donkere bossen, elke open plaats, elke zoemende bij is heilig in de gedachten en de herinnering van mijn volk.

Het sap dat in de bomen opstijgt, draagt de herinnering van de rode man.

Wij zijn een deel van de aarde en de aarde is een deel van ons.
De geurende bloemen zijn onze zusters, het rendier, het paard, de grote adelaars zijn onze broeders.

De schuimkoppen in de rivier, het sap van de weidebloemen, het zweet van de pony en van de man, het is allemaal van het zelfde geslacht, ons geslacht.

Als dus het grote opperhoofd in Washington laat zeggen dat hij ons land wil kopen, vraagt hij wel veel van ons.

3

We zullen dus uw aanbod ons land te kopen in overweging nemen.
Als wij besluiten uw aanbod aan te nemen, wil ik één voorwaarde stellen: de blanke man moet de dieren van dit land beschouwen als zijn broeders.

Ik ben maar een wilde en ik begrijp het niet.

Ik zag duizend rottende buffels in de prairie, achtergelaten door de blanke man, die ze neerschoot vanuit een rijdende trein.

Ik ben maar een wilde en ik kan niet begrijpen hoe het rokende ijzeren paard belangrijker kan zijn dan de buffel, die wij alleen maar gebruiken om in leven te blijven.

4

U moet uw kinderen leren dat de grond onder hun voeten, de as van onze grootvaders is.

Leer ze eerbied voor de aarde, vertel uw kinderen dat de aarde vervuld is van de levens van onze voorouders: dat de aarde onze broeder is.

Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde.
Als een man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf.

Dit weten wij: de aarde behoort niet aan de mens.

De mens behoort aan de aarde.

Dit weten wij: alles hangt samen als het bloed dat een familie verbindt.
Alles hangt met alles samen.

5

Wij zullen overwegen waarom de blanke man het land wil kopen.
Wat wil de blanke man dan kopen, zal mijn volk vragen.

Het is zo moeilijk te begrijpen voor ons.

Hoe kun je de lucht kopen of verkopen of de warmte van de aarde, de snelheid van de antiloop?
Hoe kunnen wij die dingen aan u verkopen en hoe kunt u dat kopen?

Is de aarde van u om er mee te doen naar goeddunken, alleen omdat de rode man een stuk papier tekent en het geeft aan de blanke man?
Als wij zelf de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten,

hoe kunt u het dan van ons kopen?

Kunt u de buffel terugkopen, als de laatste al gedood is?

Tot zover deze eerste lezing.

Als een tweede lezing wil ik graag nog twee fragmenten uit het slot deel van de toespraak van opperhoofd Seatle voorlezen.

6

Mensen komen en gaan als de golven van de zee.

En zelfs de blanke man, wiens god hem als vriend behandelt, kan niet ontkomen aan ons aller lot.

Maar misschien zullen we uiteindelijk allemaal broeders zijn.

We zullen zien. Een ding weten we en de blanke man zal het eens ontdekken :

Onze god en uw god is dezelfde.

U kunt nu wel denken dat u hem bezit, zoals u ons land wilt bezitten maar dat kunt u niet.

Hij is de god van alle mensen en zijn hart klopt evenzeer voor de rode man als voor de blanke man.

Deze aarde is hem lief en het beschadigen van de aarde, betekent zijn schepper beledigen.

7 En tevens slot van de toespraak

Maar wij zijn wilden. De dromen van de blanke man zijn voor ons verborgen.

En omdat ze verborgen zijn, zullen wij onze eigen weg gaan.

Want boven alles eerbiedigen wij het recht van elke man, te leven zoals hij wil, hoe ook verschillend van het leven van zijn broeder.
Wij hebben weinig gemeen.

Wij overwegen uw aanbod ons land te kopen.

Als wij instemmen, zal dat zijn om het reservaat veilig te stellen dat u ons hebt beloofd.

Daar zullen wij misschien onze weinige dagen nog doorbrengen, zoals wij dat willen.

Als de laatste rode man zal zijn verdwenen van deze aarde en als herinnering aan hem nog slechts de schaduw is van een volk boven de prairie, dan zullen nog deze stranden en bossen bewoond worden door de geesten van mijn volk.

Want zij hebben dit land lief, zoals de nieuwgeborene zijn moeders hartklop lief heeft .

Een ding weten wij: onze god is dezelfde als de uwe .
Deze aarde is hem dierbaar .

En ook de blanke man kan niet ontkomen aan ons aller lot.

Misschien zullen wij tenslotte toch broeders zijn.
Eens zullen wij het zien.

 

 

 

 

 

een open gemeenschap van mensen, die de wereld kritisch wil benaderen vanuit de traditie van het christendom en die zorg wil hebben voor elkaar en voor anderen