Verwondering – overweging op zondag 8 mei 2016

Verwondering is de titel van deze bijeenkomst. Verwondering, openstaan voor het wonder. Misschien was u verrast dat we deze drie bijeenkomsten begonnen in Natuurtuinen. Alles wat groeit en bloeit, kruipt, fluit en rent, en ook wijzelf maken deel uit van dat wonderlijke gebeuren. Daarbij komen de gesprekken met elkaar en de reacties en dan vandaag het verhaal zoals Huub Oosterhuis en Prediker ons meenemen daarin. Ieder staat op eigen wijze bij stil bij wat ons omringt en door daar bekendheid aan te geven bewijzen ze ons mogelijk een dienst.

Om in de geest van Prediker verder te gaan is er een tijd om je ergens over te verwonderen en een tijd om het normaal te vinden. Een tijd om te geloven en een tijd om je van alles af te vragen. Alles heeft immers zijn tijd. Nadat hij ongeveer alles heeft benoemd, vraagt Prediker zich af:”Wat bereik je er eigenlijk mee?” En ook Huub probeert met ons door allerlei godsbeelden heen te worstelen, terwijl in zijn verhaal de schepping tot leven komt. En wijzelf dan? Hadden we toevallig ook nog eens iemand anders kunnen zijn, dan die we nu zijn? Er had in die weg totdat ik wist dat ik ‘ik’ was nog zoveel kunnen  gebeuren. En hoe zit het dan met God?

In de Bijbel is God wezenlijk verbonden met ons en de schrijvers plaatsen God niet buiten onze wereld. Ze schetsen een bij mensen en de wereld om ons heen behoedende God, die met ons wil zijn. De Schrift plaatst God niet buiten ons leven. De Eeuwige wordt in de Schrift zo dichtbij ons getekend, dat wij medeverantwoordelijk zijn voor de mensen die naast ons leven en voor de hele wereld om ons heen. De Onnoembare is heel dichtbij. Theresia van Avila verwoordde het zo:”Zoek Mij in jezelf, zoek jezelf in Mij.”

Luisterend naar degenen die ons deze God bekend hebben gemaakt, de Joden, horen we, dat zij de Naam niet uitspreken. Die is te groot voor ons. Niet alleen uit eerbied voor de Naam, maar evenzeer voor de consequenties, want dan vraag je nog al wat van jezelf. Aarzelend benaderen wij die naam door uit te spreken:”Ik zal er zijn.” En natuurlijk, het zou schitterend zijn als we er voluit voor elkaar zouden kunnen zijn, ja, misschien zouden we het wel als goddelijk ervaren. En wie weet, op onze beste momenten, lukt het misschien soms even.

Dan is het een verademing dat Prediker ons toeroept, dat alles zijn tijd heeft. Dat we van dag tot dag mogen leven, niet wetend, ondanks onze planning, wat de dag ons brengen zal. We hebben elkaar nodig om de vreugde te delen en om in het lijden dat ons overkomt elkaar te ondersteunen. Ik neem aan, ook al zegt Huub dat niet, dat we ook plezier mogen hebben, mogen genieten van de natuur, van elkaar en van alles wat de wereld om ons heen bijdraagt om ons leven mooi te maken.

Het is geweldig als we elkaar verstaan en soms ook begrijpen. Dat we partners van elkaar kunnen zijn, vrienden en zo met elkaar verbonden om echt te genieten. Die ervaringen kunnen goddelijk zijn.

Prediker is ook een realist, alles heeft immers zijn tijd. Er is een begin en er komt een einde aan. Hij plaatst ons niet aan de rand als toeschouwers. Hij zet ons midden in de tijd. Er is immers een tijd om de zaken die hij noemt te doen. Laat die tijd niet voorbij gaan. Maak je leven niet kleurloos en wacht niet op een bankje tot het voorbij is, want dan heb je niet geleefd. Het gaat niet om wat je kunt, of waartoe je niet in staat bent. Leef met alle beperkingen die je hebt en laat anderen delen in je goedheid, want niemand leeft voor zichzelf.

Br Kees Gordijn
Provinciaal Overste van de Broeders van Maastricht FIC,

een open gemeenschap van mensen, die de wereld kritisch wil benaderen vanuit de traditie van het christendom en die zorg wil hebben voor elkaar en voor anderen